Wijk Eesvelde: garage Pikhaus en rapenslag

Rudolf Pikhaus (1917-1982) was lid van de Poolse eenheid die onder Engels-Canadese vlag onder andere Kalken heeft bevrijd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zijn eenheid bleef waarschijnlijk meerdere weken actief in en rond ons dorp. Tijdens die periode leerde hij Rachel Janssen kennen, een Kalkense jongedame, en na de beëindiging van de oorlog keerde hij naar Kalken terug om met haar te trouwen. Op de wijk Eesvelde startte hij een garage en verkocht er auto’s van het merk Opel. Wie pakweg omstreeks 1970 op de wijk Eesvelde passeerde, zou vastgesteld hebben dat zowat alle particuliere auto’s van het merk Opel waren.

Met zijn mecaniciens en medewerkers uit zijn bedrijf als basispionnen en herbergier Léon Schack richtte hij in maart 1967 een voetbalploeg op de wijk op, met de passende naam F.C. Opel Kalken. Een voetbalveld werd in de Ekerstraat aangelegd op de gronden van een vroegere bloemisterij.

De Ekerstraat was voor de jeugd één groot speelterrein, met veel ruimte om zich te amuseren of deugnieterij uit te steken in en rond het Ekerbosje. Zo herinnerde Maurice Lauwaert (°Kalken, 1935) zich een rapenveldslag uit zijn jeugd, op een prachtige oktobernamiddag kort na de Tweede Wereldoorlog. De bengels van de wijk Eesvelde hadden zowat een gans rapenveld geplunderd en ze hadden zich in twee groepen verdeeld.

Elke groep, de één onder leiding van Joël De Smet en de andere onder leiding van Robert De Lathouwer, had naar verluidt de beschikking over een honderdtal rapen. De twee groepen werden opgesteld langs weerszijden van het Ekerbosje en het was de bedoeling om elkaar te bekogelen over het bosje heen. Onder luide strijdkreten werd de ene raap na de andere de lucht in geslingerd. Alles ging goed tot de Kalkense onderpastoor Maes met zijn fiets kwam aangereden en halt hielde aan het Ekerbosje. In paniek stoven de oorlogvoerende bengels uiteen en zochten een schuilplaats. De meesten konden inderdaad ontsnappen, één schavuit werd echter door de onderpastoor ontdekt. Hij moest uitleg geven en alles opbiechten. De eerstvolgende schooldag op Beirstoppel, de school in Wetteren waar de meeste schavuiten die aan de rapenslag hadden deelgenomen naar school gingen, werden alle schavuiten door de directeur openlijk vermaand. Als bijkomende straf moesten ze zich de eerstvolgende zaterdag om vijftien uur in de pastorij van Kalken aanmelden bij onderpastoor Maes. De schavuiten voelden zich allesbehalve op hun gemak toen ze zich op dat afgesproken moment gezamenlijk aanmelden aan de pastorij. Ze hadden de voorbije dagen hadden ze zich allerlei straffen voorgesteld. En hun geduld aan de deur van de pastorij werd meer dan een uur op de proef gesteld tot ze vaststelden dat niemand in de pastorij aanwezig was… Met gemengde gevoelens, maar opgelucht dat ze aan hun plicht voldaan hadden, keerden ze dan maar naar huis terug. De week daarop verwachtten de bengels een tweede klasbezoek van broeder-directeur, maar dat gebeurde niet. Ook de onderpastoor kregen ze datzelfde jaar niet meer te zien.

Kaart

Volgende stop: De stelplaats van De Lijn